31 augustus 2026
Er rijden meer internationale treinen dan ooit, en toch wordt boeken niet makkelijker
De Europese Commissie wil al jaren meer concurrentie op het spoor, en dat begint zichtbaar te worden. European Sleeper kondigde een nachttrein naar Kopenhagen en Malmö aan vanaf 2028. Een nieuwe prijsvechter rijdt naar Parijs voor negentien euro — al doet die er wel twee keer zo lang over. Naar Berlijn kwamen dit jaar verbindingen bij, terwijl de tak naar Hamburg alweer sneuvelde door organisatorische problemen.
Toch merkt de reiziger daar bij het boeken weinig van. Erik Verhoef, hoogleraar vervoerseconomie aan de VU, benoemt in het NH-artikel precies waar het misgaat: “Een van de dingen die heel erg ontbreekt op dit moment, is simpelweg een plek waar de reiziger informatie kan vinden over hoe je bijvoorbeeld van Amsterdam naar Marseille komt met internationaal spoor.”
Waarom het niet vanzelf beter wordt
Drie obstakels, en geen ervan verdwijnt op korte termijn.
Er is geen ruimte op het spoor. Wie zelf een trein wil laten rijden, komt er overdag niet tussen: de paden zijn vergeven. Nachtelijke paden zijn er wel, maar die zijn commercieel minder aantrekkelijk. Dat verklaart waarom nieuwkomers vaker met nachttreinen beginnen dan met dagdiensten.
De techniek verschilt per land. Bovenleidingspanning, beveiligingssystemen, perronhoogtes — een trein die de grens over wil, moet aan meerdere regimes voldoen. Standaardiseren kan, maar treinen gaan decennia mee en de overgangskosten zijn volgens Verhoef enorm.
Concurrenten delen hun gegevens niet. Bedrijven die op prijs vechten, hebben weinig reden om hun dienstregeling en ticketvoorraad met elkaar te delen. En zonder die uitwisseling kan niemand je één samenhangende reis verkopen.
Wat dat voor jou betekent
Verhoef zegt er eerlijk bij dat vliegen op veel verbindingen simpelweg goedkoper is dan de trein. Dat klopt — maar alleen als je de vlucht vergelijkt en niet de reis. Tel de trein naar Schiphol mee, de twee uur die je er voor een Europese vlucht moet zijn, en het traject van de luchthaven naar het centrum, en het beeld kantelt op korte afstanden.
Daarom staat op elke routepagina nu een volledige deur-tot-deurvergelijking, en hebben we ze allemaal naast elkaar gezet. Naar Parijs en Keulen wint de trein op tijd én geld. Naar Berlijn ben je met het vliegtuig eerder, maar duurder uit. Naar Barcelona en Rome verliest de trein op allebei.
Dat laatste poetsen we niet weg. Een gids die alleen vertelt wanneer de trein wint, is geen gids maar een folder.